Home Omhoog
Laterale Markering
Cardinale markering

 Cardinale markering

Als er een obstakel in het vaarwater is zoals een wrak of een ondiepte wordt dit gemarkeerd door cardinale betonning. Vanuit het obstakel wordt het gebied verdeeld in vier kompaskwadranten. De gebruikte betonningstekens hebben een topteken dat bestaat uit twee zwarte kegels, die loodrecht boven elkaar zijn geplaatst. De kleur geel/zwart is kenmerkend.  Ieder kwadrant heeft zijn eigen herkenbare topteken en lichtpatroon. Voor het bepalen aan welke kant gepasseerd moet worden heb je dus een kompas nodig.

Noord.
De kegels wijzen omhoog (noord). De boei is zwart aan de bovenkant en ligt aan de noordzijde van een obstakel en dient aan de noordzijde gepasseerd te worden.
Licht: ononderbroken flikkering.
Oost.
De kegels wijzen uit elkaar. De boei is boven en onder (uit elkaar) zwart en ligt aan de oostzijde van een obstakel en dient aan de oostzijde gepasseerd te worden.
Licht: drie flikkeringen gevolgd door duisternis.

Ezelsbrug: de kegels passen in een O(ost).
Zuid.
De kegels wijzen omlaag (zuid). De boei is  zwart aan de onderkant en ligt aan de zuidzijde van een obstakel en dient aan de zuidzijde gepasseerd te worden.
Licht: zes flikkeringen gevolgd door een lange schittering.
West.
De kegels wijzen naar elkaar. De boei is zwart in het midden en ligt aan de westzijde van een obstakel en dient aan de westzijde gepasseerd te worden.
Licht: negen flikkeringen gevolgd door duisternis

Ezelsbrug: een W(est)ijnglas op de top.

 

Voor het onthouden van de lichtkarakters kan je aan een klok denken, waarbij noord overeenkomt met 12 uur. Om twaalf uur slaat de klok de meeste slagen. De noordboei geeft veel geknipper (ononderbroken flikkering). Op drie uur ligt de oostboei met drie flikkeringen. Op zes uur ligt de zuidboei met zes flikkeringen. De lange schittering erna dient alleen om een duidelijk verschil te krijgen met de negen flikkeringen van de westboei die op negen uur ligt.

 

Afzonderlijk gevaar, markeerboei.
Deze markering geeft een gevaar van beperkte afmeting aan.
Ook een dubbel topteken, maar in de vorm van bollen.
Op voldoende afstand kan rondom gepasseerd worden.
Licht: schittering van een paar seconden
Rikbaken.
In Friesland veel gebruikt baken om een doorvaart aan te geven. De kop bestaat uit twee loodrecht op elkaar staande driehoeken van latwerk. Ze staan op hoeken van uit-, in- en doorgangen; ook op eilandjes, waar de vaargeul langs loopt en op kruisingen van vaarwegen.

 

  Visstokken op het IJsselmeer

De vangstgebieden langs de kust van het IJsselmeer zijn gemarkeerd met visstokken, eenvoudige staken of takken in een schijnbaar willekeurige volgorde. Je kan deze plekken het best mijden door zo'n één tot anderhalve kilometer uit de wal te blijven. Midden op het IJsselmeer worden echter ook visnetten gebruikt. Deze zijn gelukkig wat herkenbaarder aangegeven. Het betreft hier een staand net. Dat zijn warnetten waarmee snoekbaars (vroeger haring en ansjovis), die zich in de netten verwart, wordt gevangen. Een nogal lullige manier. De vis denkt door de mazen te kunnen zwemmen, merkt dat het niet lukt, raakt in paniek waardoor de kieuwen open gaan staan, wil terug, maar raakt juist door de openstaande kieuwen verward, paniekeriger, nog meer verward enz... Helaas voor de visserman is de bijvangst aan hoegenaamd waardeloze brasem meestal groter. De netten zijn aan de onderzijde verzwaard en aan de bovenzijde voorzien van drijvers. Het is de bedoeling dat de onderkant op de bodem komt te liggen en dat het net verticaal in het water staat. Het want staat altijd in diepere gedeelten en is ongeveer 1 à 1,50 meter hoog. Voor de doorvaart geen enkel probleem. Een "normaal" pleziervaartuig kan er gewoon over heen varen. Diepstekende zeilboten kunnen echter beter "op zeker" varen en een ommetje maken. De rij kan wel 500m lang zijn met tussen elk net een drijver met vlag. De uiteinden zijn te herkennen aan drijvers met twee vlaggetjes onder elkaar. Meestal worden zwarte vlaggen gebruikt