Home
ZeurZijde
Verhuur
Zeilen
Weetjes
Navigatie
links
Kromhout
Knopen
Geschiedenis
Bestemmingen
Bemanning
Foto's en plaatjes

DE ZEELANDIA

Toen Elvira en ik de Zeelandia kochten, was dat om twee redenen.

a: Het stoere scheepje zelf en

b: de mechanische aandrijving.

Om met het schip te beginnen hebben we het e.e.a. uitgezocht en zijn tot de volgende bevindingen gekomen:

Gebouwd in 1923 bij Scheepswerf Bodewes te Martenshoek in Groningen, als Onderneming, voor de beurtschippers C.G. en D.E. Hartog. De orginele aankoopnota’s bestaan nog en zijn in het bezit van Frits Loomeier van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. De  motor was toen een 35 PK Kromhout en het laadvermogen bedroeg 90 ton. In 1951 omgedoopt tot Zeelandia door L.C. van Duivendijk, om er de particuliere vaart mee in te gaan.

In 1960 werd ze op naam van schipper Wim de Voogd  uit Scharendijke gezet. Deze voer met z’n broer schelpen in Zeeland en wijde omgeving.

Een uitgebreide beschrijving is te vinden in het boek ”Sturen en Turen”,  ISBN 90-72838-30-0 van A.R. Koppejan.

In 1984 kocht Eric Henneman het schip om het vervolgens in Drente en Schotland om te bouwen tot zeilschip. Eric heeft reizen tot Schotland, Ierland en Noorwegen met de Zeelandia gemaakt. Heden ten dage is de Zeelandia alleen voor de ruime binnenwateren gecertificeerd.

Ze heeft slaapaccommodatie voor 12 personen, verdeeld  over zes 2 persoonshutten. De uitrusting bestaat verder uit 2 toiletten en twee douches. De keuken voldoet aan de eisen van deze tijd door aanwezigheid van een 5 pits gasfornuis, oven, biertap en ruime keukenuitrusting.

 Wat betreft de aandrijving, zijn er wat minder dingen bekend. Alvorens een beschrijving van de huidige machine te geven, nog wat historie.

De Zeelandia staat in het kromhoutarchief als zijnde uitgerust met een kromhout 2H3 machine met nr. 8359, op naam van Duyvendijk. In de machinekamer echter bevindt zich een 2H3 machine met nummer 15685. Deze motor is besteld door M van de Klooster uit Ouddorp in 1957 en bedoeld voor de kotter OD1 of 19. Wanneer de bestaande motor in de Zeelandia is geplaatst is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk 1959. Zie bijlagen uit het kromhoutarchief van Han Mannaart.

De motor 2H3 nr.15685 is een 2-takt dieselmotor met de volgende specificaties:

 

 

2 cilinders

boring 240 mm

slag 310 mm

toeren: 170-350

max draaimoment: 163.6kgm                   

spoelluchtvollume 20 ltr

vermogen: 80EPK

gewicht: 6800 kg

De motor wordt gestart d.m.v. perslucht uit een van de 2 aanwezige luchtvaten. Perslucht wordt zelf verzorgd door een mechanische tweetraps compressor welke door de eigen machine wordt aangedreven.

Behalve een eenmalige schoorsteenbrand, 2 verstuivers en lederen manchetten in de koelwaterpomp loopt de 2H3 probleemloos. En onder het zo rustieke geluid van deze motor hopen wij dat hij dat nog jaren doet.

De Wad- en Sontvaarder

De Wad- en Sontvaarder is de grote zus van de luxe motor. Wat betreft de vorm van de romp en de dekindeling waren er geen verschillen. De Wad- en Sontvaarders waren alleen wat breder en hadden een grotere holte. Uiteraard waren zij wel zwaarder van constructie, dit volgens de normen van de scheepvaartinspectie c.q. Germanischer Lloyd of Bureau Veritas. Dit moest hen de zeewaardigheid geven om de Wad- en Sontvaart te bedrijven. Het waren de opvolgers van de Groninger zeetjalken en schoeners en zij voeren tot in de Oostzee. Vanaf de voorkant van het stuurhuis lag het achterdek iets hoger en ook het boeisel was daar vaak wat opgetrokken.

Aanvankelijk hadden deze schepen een hulpzeiltuig. Dit was in de beginjaren (plm. 1925) naar de voorschriften van de verzekeringsmaatschappijen dile de motoren nog niet betrouwbaar genoeg achtten. In de latere jaren dertig handhaafde men deze tuigage omdat de havengelden in verscheidene Oostzeehavens lager waren voor zeilschepen dan voorschepen zonder tuig. Tijdens en kort na de tweede wereldoorlog was de brandstofschaarste de oorzaak dat er nog wel eens een zeiltje bijgezet werd. Het tuig bestond aanvankelijk uit een fok en grootzeil maar later voerde men nog slechts een fok vóór en een driehoekig zeil achter de mast.

Nadat de mast nog enige jaren dienst had gedaan als laadmast verdween hij in het begin van de jaren vijftig. In die tijd verdwenen ook vele Wad- en Sontvaaarder uit de kustvaart. De Groninger coastervaart werd enorm uitgebreid en de oude kleinere schepen moesten plaats maken voor grotere. Verscheidene Wad- en Sontvaarders zijn in die jaren naar Duitsland en Denemarken verkocht waar een aantal van hen nog dienst doet als kustvaarder. Er vaart in ons land nog een aantal oude Wad- en Sontvaarders als binnenvaarder; meestal verlengd, de dekken omhooggebracht, de den verhoogd, de houten stuurhut vervangen door een stalen en soms voorzien van een moderne kop . De meeste van deze kleine kustvaarders liepen van stapel van de Groninger werven langs het Winschoterdiep.